Bobbi van Niel (Frisia Makelaars): ‘Winkelvastgoed in het Haagse centrum zit weer in de lift’
Geschreven door Dynamis Redactie op 30 september 2025De Haagse binnenstad kampt al jaren met een bovengemiddeld leegstandspercentage. Waar landelijk gemiddeld zo’n 6 à 7 procent van de winkelruimte leegstaat, ligt dat hier rond de 8,5 procent. Toch ziet retailvastgoedexpert Bobbi van Niel (Frisia Makelaars B.V.) volop kansen. ‘Het centrum van Den Haag zit echt weer in de lift.’
Volgens Van Niel heeft de stad de afgelopen jaren te maken gehad met een combinatie van uitdagingen, waaronder de opening van de Mall of the Netherlands in Leidschendam. ‘Gratis parkeren, overdekt winkelen en een grote diversiteit aan voorzieningen: dat trekt publiek én retailers aan’, verklaart Van Niel. ‘Ook faillissementen van ketens als Blokker, Bristol en Gerry Weber lieten sporen na.’
Toch heeft het centrum bezoekers en retailers nog altijd meer dan genoeg te bieden, benadrukt ze. ‘De Grote Marktstraat blijft het kloppende hart, met de hoogste passantenstromen en de laagste leegstand. En ook het Royal Shopping District rond Hoogstraat-Noordeinde doet het erg goed. Het gebied staat bekend om de luxe merken, trekt daarmee een bepaald publiek aan – en voor leegkomende winkelruimte is vaak snel een huurder gevonden. Horeca blijft ook een stabiele trekker, met concentraties rond het Spui, het Plein en de Grote Markt.’
Universiteit brengt nieuw perspectief
Een van de straten waar de meeste gaten zijn gevallen, mede door overlast van bouwactiviteiten, is de Spuistraat. Maar volgend jaar komt er een belangrijke impuls: de Universiteit Leiden opent hier een nieuwe campus. Deze zal doordeweeks veel studenten en medewerkers naar de binnenstad trekken. ‘Dat gaat zorgen voor enorm veel levendigheid en extra vraag’, zegt Van Niel. ‘Inmiddels vestigen de eerste ondernemers zich hier al met dit perspectief in gedachten.’
Meer flexibiliteit van verhuurders wenselijk
De aanstaande opening van de universiteitscampus is een belangrijke katalysator, maar om leegstand structureel terug te dringen, pleit Van Niel ook voor meer flexibiliteit vanuit verhuurders. ‘Retailers zijn, zeker sinds corona, terughoudend in het openen van nieuwe vestigingen. Ze vragen vaker om een try-outperiode of een break-optie in het huurcontract. Niet iedere eigenaar staat daar voor open, maar het is wel een manier om ze over de streep te trekken.’
Pop-up stores kunnen een – inmiddels bewezen – verschil maken. ‘Een pand maanden leeg laten staan kost alleen maar geld. In plaats daarvan kun je een retailer een kans gunnen om zich te bewijzen. Regelmatig leidt dat alsnog tot een vast huurcontract. Zo zat vintageketen Kilo Kilo eerst voor enkele maanden in de Passage en hebben ze zich er daarna voor langere tijd gevestigd.’
Daarnaast is investeren in de uitstraling van panden cruciaal. Vooral particuliere verhuurders wachten vaak met opknappen totdat er een huurder in beeld is, maar dat is volgens Van Niel de omgekeerde wereld. ‘Juist door éérst te investeren trek je kandidaten aan. Soms worden er gemeentelijke subsidies beschikbaar gesteld voor gevelrenovaties, zoals eerder in de Spuistraat en Vlamingstraat is gebeurd. Het loont om die mogelijkheden te onderzoeken.’
Verbetering ligt niet alleen in retail
Van Niel ziet nog voldoende kansen voor nieuwe merken en formules in de binnenstad. ‘Een Oysho zou ik een mooie aanvulling vinden, en ook andere internationale merken als Sephora zouden in Den Haag goed passen.’ Maar de toekomst van de binnenstad ligt volgens haar niet alleen in retail. ‘De mix van wonen, werken en winkelen wordt steeds belangrijker. Veel panden hebben grote verdiepingen boven winkels die nu leegstaan. Door die – indien mogelijk – om te bouwen tot woningen creëer je een levendiger centrum en mogelijk meer rendement dan met opslagruimte.’
Ook de gemeente speelt een actieve rol in deze transitie. Via initiatieven als het Haags Retailpunt wordt samenwerking gezocht tussen gemeente, ondernemers en vastgoedeigenaren. Daarom is Van Niel erg optimistisch. ‘Den Haag heeft misschien wat lastige jaren achter de rug, maar de ontwikkeling is er weer – en het gaat alleen maar beter worden.’
